Home

quinoa

Quinoa

Historie Quinoa

Quinoa werd 5.000 jaar geleden al verbouwd in het Andesgebergte en vormde de basisvoeding van de toenmalige bewoners, de roemrijke Inca’s. De Inca’s beschouwden Quinoa als heilig voedsel, een geschenk van god. Zij noemden het ‘La Chisiya Mama’, de moeder aller granen.

In de 16e eeuw ging het bergafwaarts met de Inca’s. De Spaanse ontdekkingsreiziger Fransisco Pizarro bereikte het Andesgebergte met zijn kleine leger, verwoeste binnen een jaar alle Quinoa velden en dwong de Inca’s tot overgave. Hun leven draaide tot dan om de verering van Quinoa en met de komst van Fransisco Pizarro deed het algehele voedingsstoffentekort bij de Inca’s haar intrede. Wat de Spaanse veroveraars echter niet wisten was dat dit graan nog heimelijk werd verbouwd in het alleen voor lokale bewoners toegankelijke, ijle hooggebergte in de Andes. Daardoor was iedereen het bestaan van Quinoa min of meer vergeten. Totdat het werd herontdekt in de jaren ’70.

De Quinoaplant

De Inca’s voerden plechtige rituelen rond de quinoaplant. Nu wordt het gewas – dat in zeer barre omstandigheden op meer dan 3.000 meter hoogte kan overleven – ook in berggebieden elders ter wereld geteeld, maar de ‘quinoa Real’ (de échte quinoa) blijft toch het meest begeerd. In het gebied rond de grote zoutwoestijnen in Bolivia is quinoa ook vandaag nog de voornaamste bron van eiwitten voor de bevolking.

Dicht bij de koffiebonen van de Illimani-koffie in het Andesgebergte van Bolivia groeit de quinoaplant. De Indianen verbouwen quinoa al meer dan 5000 jaar. De Spaanse kolonisten verboden het verbouwen en het gebruik van quinoa omdat zij dachten dat de Indianen speciale krachten uit dit voedsel haalden. Daardoor werd het alleen nog hoog in de Andes op afgelegen plekken verbouwd. Aan deze moedige Indianen en het feit dat het een zeer sterke plant is hebben we te danken dat quinoa nog steeds bestaat. Quinoa betekent: ‘graan dat groeit waar gras niet kan groeien’ Het kan op zeer arme grond groeien en zelfs vrieskou heeft geen invloed op de groei. De plant is familie van de spinazie, de bladeren worden in Bolivia als groente gegeten. De kleine witte graanbolletjes (vergelijkbaar met couscous) worden gekookt.

Wat overblijft wordt gevoerd aan de dieren. Quinoa is nooit meer het volksvoedsel geworden dat het was voordat de Spanjaarden voet aan wal zetten. Tarwe is goedkoper doordat de overheid de import hiervan uit Europa en de Verenigde Staten subsidieert. Voor een groot deel van de Boliviaanse bevolking is quinoa hierdoor te duur en de rijken willen het niet eten omdat zij het ‘Indianenvoer’ vinden. De lokale voedselproductie wordt nog verder verstoord door de buitenlandse voedselhulp.